Katholiek priester en gehuwd

Geschreven door Richard Cipolla op . Gepost in papersNL

E. H. Richard Cipolla is een gehuwd katholiek priester. In een artikel van “The Wall Street Journal” getuigt hij over zijn ervaring.

 

 

 

 

Verleden maand heeft paus Benedictus de oprichting aangekondigd van een Amerikaans “ordinariaat”, dit wil zeggen een bijzonder diocees voor de episcopaalse congregaties die tot het Rooms katholicisme willen toetreden (daartoe in ruime mate gebracht door de liberale afwijkingen van het episcopalisme). De paus heeft bepaald dat deze congregaties gedeeltelijk hun anglicaanse liturgie zouden kunnen behouden. Wat nog opvallender is, is het feit dat een klein — maar niet te verwaarlozen — aantal gehuwde episcopaalse priesters nu gehuwde katholieke priesters zullen worden.

 

Als gehuwd katholiek priester die in 1984 werd gewijd in een bijzonder stelsel dat door paus Johannes Paulus II voorzien werd (voor individuele priesters, op individuele basis beoordeeld), heb ik van nabij de aankondiging van paus Benedictus gevolgd. Ik heb mij verheugd over dit katholieke en vrijgevig optreden van de paus en nog meer over het feit dat die priesters en hun gezinnen worden opgenomen in de katholieke Kerk. Maar dat betekent niet dat zulks geen reeks uitdagingen inhoudt.

 

Mijn ervaring als gehuwd katholiek priester sedert 28 jaar wekt in mij heel wat bedenkingen, zowel praktische als spirituele. Vooreerst moet de Kerk het gezin van de nieuwe priesters financieel ondersteunen. Gedurende mijn eerste jaren als gehuwd katholiek priester konden wij tijdens sommige periodes de rekening van de verwarming niet betalen. Bij mijn wijding heeft men mij vrij duidelijk laten verstaan dat ik de Kerk niet mocht zien als mijn voornaamste bron van inkomsten, maar dat deze eerder moesten voortkomen uit een voltijds werk daarbuiten. Mijn verplichtingen tegenover de parochie zijn dus altijd van tweede orde geweest.

 

Ten tweede moeten de nieuwe priesters voorbereid zijn op de spirituele strijd die met het feit een gehuwd priester te zijn in de katholieke Kerk samengaat. Het is voor de kinderen van een priester moeilijk te horen dat iedereen hun vader “Vader “ noemt. Ik heb het betreurd nooit een “normale papa” te hebben kunnen zijn, die kon opgaan in de school of in sportieve gebeurtenissen. De vrouwen van de priesters hebben dikwijls het hoofdgewicht van dit bijzonder statuut te dragen, vermits zij hun echtgenoot moeten laten “priester” zijn ten koste van hun en van hun kinderen.

 

In de loop der jaren ben ik het voorwerp geweest van sommige sarcastische opmerkingen van de clerus. Er waren onaangename confrontaties met sommigen die meer traditioneel waren dan de Traditie. Globaal genomen echter zijn mijn priesterschap en mijn dienst in de katholieke Kerk een grote bron van vreugde en van genade geweest.

 

Het offer dat in de kern van het priesterschap ligt wordt niet bespaard aan de gehuwde priester. Dit offer komt niet voort uit de gelofte van het celibaat. Het komt voort uit dat waaraan verzaakt wordt als echtgenoot en als vader in het belang van de Kerk van Christus. Het offer bevindt zich niet alleen in de kern van het leven van de priester, maar in dat van ieder katholiek. Hoe zou het anders kunnen zijn wanneer het eerste symbool van ons geloof de liefde van God is, tot uiting gebracht door het Kruis van Jezus Christus?

 

Niettegenstaande mijn eigen levensomstandigheden — gelijkaardig met deze van andere gehuwde leden van de clerus die de rangen van de katholieke Kerk sedert de jaren 80 hebben vervoegd — ben ik een vurig aanhanger van het celibaat van de katholieke clerus. Dit vindt zijn grondslag noch in concilies noch bij pausen, maar eerder in de persoon van Jezus Christus. De kern van het katholieke priesterschap is het offer, en in navolging van Christus maakt het celibaat de priester vrij, opdat hij zich ten volle aan de Kerk en aan haar volk zou geven.

 

Ook wanneer vele priesters dit offervaardig leven beleven, is het toch ook duidelijk dat het celibaat door te veel priesters gebruikt wordt om een egoïstisch leven te leiden, teruggeplooid op zichzelf. De seksschandalen van het voorbije decennium zijn een schreeuwend voorbeeld van de ontaarding van het celibaat.

 

En de structuren zelf van het leven van een parochiepriester zijn dikwijls een hinder voor de beoefening van de vrijheid die de vrucht zou moeten zijn van het celibaat. Het gebrek aan priesterlijke broederlijkheid; de wereld los van de werkelijkheid waarin zij leven, ten minste van uit het oogpunt van een typisch Amerikaans gezin; het carriérisme dat de schadelijke vrucht is van de bureaucratische wereld van de kanselarij — dat alles is een hinder voor het juiste gebruik van de vrijheid die de priester moet halen uit zijn celibaat om zich te wijden aan zijn gelovigen.

 

Het is voor het ogenblik uiterst nodig het priesterschap te hervormen. Maar het antwoord is niet het huwelijk van de priesters. Het antwoord zal komen van het feit dat de priesters gaan begrijpen dat het offer in het centrum van hun leven staat — of ze nu gehuwd zijn of niet.

 

E. H. Cipolla is directeur van het departement “klassiek” in de Brunswick School van Greenwich, Connecticut, en is vicaris in de parochie van Onze Lieve Vrouw te Norwalck, Connecticut. Dit artikel werd gepubliceerd in "The Wall Street Journal" van 3 februari 2012. Het werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.