Vanwaar komt de gender-theorie?

Geschreven door Marguerite Peeters op . Gepost in papersNL

De laatste maanden beroert het probleem van de gender-theorie bijzonder de Franse publieke opinie. In Frankrijk werd deze theorie inderdaad kort geleden opgenomen in de officiële handboeken van de middelbare scholen. Hieromtrent heeft het agentschap Zenit een specialiste ondervraagd. Wij geven hieronder brede uittreksels van dit onderhoud weer.

 

 

 

Het invoeren van de gender-theorie in de officiële handboeken van de middelbare scholen (...) heeft vele Franse katholieken ten zeerste verrast. Welnu, het fenomeen gender is niet nieuw. Hoe dit verrassingseffect verklaren?

 

— De handboeken verheffen tot een “uitdrukkelijk opvoedingsvoorstel” wat in feite een “ideologisch project” is, dat sinds de jaren 1950 werd uitgedacht door Franco-Amerikaanse sociale ontwerpers. Volgens hen zouden de vrouwelijke en de mannelijke identiteit, de ontologische structuur van de vrouw als echtgenote, moeder en opvoedster, de antropologische complementariteit tussen man en vrouw, het vaderschap, de heteroseksualiteit (de in alle culturen overheersende “heteronormativiteit”), het huwelijk en het traditioneel gezin, dit alles zou niet “in se” bestaan, niet op zich “goed” zijn, maar zouden “sociale constructies” zijn: sociologische verschijnselen, in de loop der tijden opgebouwde sociale functies, “stereotypes”, die moeten worden afgebroken door opvoeding en cultuur; ze worden immers geacht “discriminatoir” en “tegen de gelijkheid” te zijn.

 

Beschreven zoals ze is, geeft deze “theorie” aanstoot. In werkelijkheid is de westerse cultuur de laatste eeuwen door een “revolutie” gegaan die sedert een vijftigtal jaren dramatisch werd versneld en waarvan het gender het logische uitvloeisel is. Inderdaad is het gender geen alleenstaand fenomeen zonder geschiedenis. Het is de vrucht van een lang proces van secularisatie dat progressief geleid heeft tot de “culturele dood” van de vader, van de moeder, van de echtgenoot, en die de mens, gemaakt door de liefde en voor de liefde, vervangen heeft door de niet confessionele en “autonome” individu-burger. Dit proces, gevoerd door wie de dood van de mens zoekt, gaat steeds verder in het verwezenlijken van zijn doeleinden.

 

Het voortschrijden ervan is effectief, hoewel dikwijls stilzwijgend, dankzij “zachte” sociale omvormingstechnieken zoals de semantische manipulatie, de opbouw van consensus, argumenten van grenzeloos vertrouwen in de (psychologische en sociologische) wetenschap, de hervorming van de opvoeding, de “dialoog”. De christenen uit het Westen zijn hiervan al te dikwijls passieve en afstandelijke waarnemers geweest, om niet te spreken van de verdovende compromissen die velen, verleid door de dynamiek van de revolutie en haar “progressieve” en “bevrijdende” voorstellen, sedert meer dan veertig jaar hebben gesloten. Een revolutie is voltooid wanneer een “kritische massa” geen weerstand biedt, zelfs ten volle de ideologische voorstellen van haar speerpunten bijvalt. Het gender valt van deze boom als een rijpe vrucht. Het feit dat het ons schokt, toont aan hoe weinig aandacht wij hadden voor die evolutie. Maar de schok wekt de hoop op een wakker worden van Frankrijk, dat terecht door Johannes-Paulus werd geëerd als de “opvoedster van de volkeren “ (1980).

 

Tot wanneer gaat in feite het concept gender terug?

 

— Laten we niet vergeten dat tussen de eerste publicatie van het Communistisch Manifest van Karl Marx in 1848 en de bolsjewistische revolutie bijna 70 jaren zijn verlopen. Na zijn eerste verschijning in de jaren 1950, begon het ideologisch project van het gender vorm te krijgen in de universitaire middens in Frankrijk en in de Verenigde Staten rond mei 1968.

 

Surfend op de golf van de westerse “feministische en seksuele revolutie” die toen gaande was, heeft het, geleidelijk aan, de kracht van een sociale hervorming gekregen. Als gevolg van het operationeel partnerschap tussen de postmoderne westerse intelligentsia en de internationale organisaties sedert de jaren 60, werd het “perspectief van hetgender” aangenomen als een politieke wereldnorm op de in 1995 gehouden conferentie van de Verenigde Naties van Peking. (...)

 

Zou je het probleem doen teruggaan tot de “Verlichting”?

 

— Alles is inderdaad begonnen door de scheiding, in de 18e eeuw in Frankrijk en in het Westen, tussen individu en persoon, burger en vader, rechten en liefde, rede en geloof, Kerk en Staat. Heeft Jean-Jacques Rousseau niet gezegd dat vader zijn een sociaal privilege was dat strijdig is met de gelijkheid? De conjunctuur doet ons erkennen dat de Franse revolutie, in naam van gelijkheid en vrijheid, de individu-burger heeft bevorderd, op grond van een dialectische tegenstrijdigheid met de vader, de moeder, de echtgenoot, de zoon, de dochter, in één woord met de persoon.

 

Welnu, de niet confessionele opvatting van de gelijkheid der burgers is radicaal tegen alle verschillen. Zij is geslachtloos, “neutraal”. Zij heeft de persoon weggeveegd, de belangloze zelfgave, de liefde voor de cultuur en de sociale overeenkomst. Tijdens de laatste eeuwen hebben de gelijke rechten van het individu en zijn keuzevrijheid op sociaal, juridisch en politiek gebied de overmacht gekregen op het vaderschap, het gezin en de liefde. Het is uiteindelijk mogelijk geworden het menselijk wezen terug op te bouwen op nieuwe, zuivere anti-confessionele grondvesten: de theorie van het gender.

 

De niet-westerse culturen, die vreemd zijn aan de westerse “laïciteit” zouden deze voorstellingen niet vrij kiezen. Ze zouden het Westen kunnen helpen zijn ziel terug te vinden, de burger met de vader te verzoenen, de burger met de christen, de rechten en de belangloze liefde, het gezin terug te maken tot de basiscel van de maatschappij, aan de persoon weer burgerrecht te schenken. Men moet hun dan ook wel een stem geven.

 

Men hoort dikwijls zeggen dat men de uitdaging van het gender moet beantwoorden met rationele argumenten. Wat denk je daarvan?

 

— Het is zeker dat de theorie van het gender en zijn uitvloeisel — de theorie “queer” die zover gaat dat zij beweert dat het door het geslacht gekenmerkt lichaam een sociale constructie is — het verstand erg op proef stellen! De theoretici van het gender twisten onder elkaar over de betekenis van hun eigen vaktaal, zoals “seksuele identiteit”, “gender-identiteit”, “seksuele normen”, “seksuele oriëntatie of voorkeur”, “seksuele rol” of “gender-rol”, “seksueel gedrag”, “gender-stereotype”, “seksuele verscheidenheid”, enz.

 

De ruime verspreiding van lexicons in alle richtingen, die zich ad infinitum inspannen om de eigenschappen van de veelvuldige uitdrukkingen omtrent het gender te “verduidelijken”, doet niets anders dan de toren van Babel waarin wij leven, te vergroten. De postmoderne irrationaliteit, die het “einde van de filosofie” verkondigt, past in de voortzetting van het moderne rationalisme, onophoudelijke producent van ideologieën. De scheiding tussen rede en geloof vormt de bron van deze twee met elkaar verbonden verdraaiingen van het verstand.

 

Wat krijgt de bovenhand: het verstand, het geweten, het hart?

 

— Hoe de “zin van het verstand” terugvinden wanneer de cultuur waarin wij leven die duidelijk verloren heeft? Om de rede te rehabiliteren, — iets dat de huidige toestand van ons vereist —, lijkt het thans noodzakelijk de rol van het geweten en van het hart in het proces van het menselijk handelen terug aan het licht te brengen.

 

Het Westen, dat de rede “autonoom” van het geloof heeft gemaakt, heeft gedurende eeuwen de absolute suprematie gegeven aan de rede, ten nadele van het geweten en van het hart. Welnu, uit ervaring stellen wij vast dat de rationele argumenten niet worden aanhoord door hen die de keuze van de ontkenning hebben gedaan. De revolutie van hetgender is vóór alles niet een eenvoudige “theorie“, maar een proces van ontkenning van wat reëel, waar en goed is voor de mens, en is een persoonlijke en culturele inzet in deze ontkenning.

 

Dit mysterie van het kwade en de vrije keuze ervan moet worden in acht genomen, ook in onze diensten in de openbare sector, waar het dringend wordt, — vooral in de opvoeding —, het begrip van het geweten, van de eerlijke zoektocht naar wat goed is, van de waarheid en van de liefde terug in te voeren. Wij hebben ons sedert eeuwen op dit front overgegeven. De crisis van het gender nodigt ons uit in de diepte te gaan: Duc in altum.

 

Wat begrijp je daardoor?

 

— Wij bevinden ons vóór alles niet in een “ideeën-debat”, maar in een strijd tussen het licht en de duisternis, tussen het leven en de dood, de liefde en de haat, de waarheid en de leugen. Wij staan niet alleen in deze strijd. Als christenen moeten we samenwerken met de Heilige Geest wanneer Hij het verstand, het geweten en het hart van de personen die wij ontmoeten, opwekt tot waarheid en liefde. Wij geloven dat ieder menselijk wezen begaafd is niet alleen met verstand, maar met een geweten en een hart en dat God zich aan allen wil openbaren. Verzucht de mensheid niet naar de beschaving van de liefde? (...) De man en de vrouw zijn geschapen naar het beeld van God, die Drie-eenheid is, Vader, Zoon en Heilige Geest: vaderliefde, kinder- en broederliefde, echtelijke gemeenschap. Hoe zou onze antropologie dan niet drievuldig zijn?

 

Marguerite A. Peeters is de auteur van “La mondialisation de la révolution culturelle occidentale” en directrice van Dialogue Dynamics (www.dialoguedynamics.com) . Dit gesprek werd opgetekend door Anita S. Bourdin en gepubliceerd in http://www.zenit.org/article-29082?l=french. Het werd door Walter Van Goethem vertaald uit het Frans.