Hoe een lezersbrief schrijven?

Geschreven door Stefaan Seminckx op .

Lezersbrieven horen bij de meest gelezen rubrieken van een krant. Ze zijn een snel en efficiënt middel om een boodschap aan een brede groep van lezers mee te delen. Men neemt aan dat zij de verwoording zijn van de mening van een ruim gedeelte van de maatschappij. 

 

 

 

De lezersbrieven kunnen een probleem opwerpen en vele lezers overtuigen. Ze zijn ook een middel om feiten recht te zetten en te verduidelijken, of om een gedachte, een houding, een eis tegen te spreken of te steunen. Ze hebben een grote weerslag voor een investering van slechts 20 minuten van je tijd.

 

Wees snel

Kranten publiceren zelden brieven omtrent onderwerpen die niet of niet meer door de pers opgenomen worden. Door te verwijzen naar een artikel of een kroniek zal je de kansen tot publicatie van je brieven doen stijgen. Stuur niet je reactie met de post, maar per e-mail (je vindt het e-mailadres van de redactie of van de “opinie-bladzijde” in de krant zelf).

 

Wees kort-superkort

Er zijn natuurlijk grenzen aan de lengte van de tekst (bekijk de andere brieven om te vergelijken). Als je brief te lang is, zou de uitgever er kunnen uitknippen wat hij onnodig vindt. Bovendien, hoe korter de brief, hoe treffender, en hoe groter de kans dat hij gelezen wordt.

 

Gebruik een heldere structuur

Haal bondig en objectief het standpunt aan dat je betwist. Zet je ideeën uiteen. Sluit af met een slotbundel, zoals in een vuurwerk: je standpunt samengevat in een klare formule, een heldere vergelijking of een vleugje humor.

 

Wees ter zake

Reageer op een welbepaald artikel en vermeld het uitdrukkelijk, met de datum van verschijning. Leg duidelijk je standpunt uit, dat moet beperkt zijn tot één, maximum twee punten.

 

Blijf geconcentreerd

Geef je standpunt zo beknopt mogelijk weer zonder de nodige details er uit te laten. Lange zinnen en uitweidingen doen vlug de aandacht verliezen. Beperk je tot het essentiële onderwerp.

 

Gebruik aanvaardbare argumenten

Wanneer je aan je argumenten denkt, heb dan het publiek voor ogen. Voor een niet-christen of een gemengd publiek is het beter geen geloofsargumenten te gebruiken, maar te redeneren met het verstand en de ervaring. Breng objectieve gegevens naar voor, zo nodig cijfers, die door iedereen kunnen nagegaan worden.

 

Vind een aantrekkelijke, toepasselijke aanhef

Een boeiende titel en een interessante eerste zin zullen de aandacht trekken van de lezer die de krant vluchtig inkijkt (wel moet je weten dat het dikwijls de redactie is die de titel oplegt).

 

Wees persoonlijk

De lezers stellen meer belang in een onderwerp wanneer het besproken wordt onder een oogpunt dat henzelf ook interesseert. Zo ook, wanneer mogelijk, geeft een persoonlijke noot (hoe dat MIJ aangaat) grotere geloofwaardigheid.

 

Wees zo mogelijk humoristisch

Als het onderwerp zulks toelaat, wees humoristisch of zelf ironisch (zonder evenwel kwetsend te zijn). Haal de tegenspraak aan van het standpunt dat je kritiseert. Als je de mensen kan laten glimlachen, zijn ze meer geneigd om je argumenten te aanvaarden.

 

Beschouw niets als vanzelfsprekend

Ga uit van het principe dat je lezers niet over de vraag zijn geïnformeerd. Stel bondig de context voor alvorens in het hoofdonderwerp te duiken.

 

Blijf christelijk in je wijze van schrijven

Wees zeker dat je stijl en de inhoud van je brief de liefde en het begrip tonen die men mag verwachten van een christen. Laat je niet opwinden. Men mag geërgerd zijn, maar dan op beheerste wijze. Vermijd persoonlijke aanvallen en spits je toe op de kritiek van de ideeën of de houdingen.

 

Bezorg je contactgegevens

Las je familienaam, je adres, telefoonnummer en beroep in op het einde van je brief. Dikwijls eisen de kranten deze informatie en publiceren je brief niet zonder deze data. Wanneer je tekst wordt opgenomen, zal hij meestal je naam en de stad van je woonplaats bevatten.

 

Leg je tekst voor aan een verwante voor je hem opzendt

Wanneer je zelf een schotel hebt klaargemaakt, is het dikwijls moeilijk te beoordelen of hij geslaagd is. Hetzelfde geldt voor een tekst: vooraleer hem op te sturen is het voorzichtig hem te “testen” op een of andere persoon, die eventueel nuttige suggesties kan doen om hem te verbeteren.

 

Stefaan Seminckx is priester, doctor in de geneeskunde en in de theologie. Dit artikel is in ruime mate ingegeven door een tekst die aan de auteur werd toegestuurd door Marie Courtoy. Het werd uit het Frans vertaald door Walter Van Goethem.